| |
Column Schijnwerper, juli 2009
Vooruit kijken is niet echt mijn sterkste kant. Tenminste, de afgelopen
jaren. Sportief lukte me dat altijd redelijk goed maar soms overkomt je
iets wat je niet kunt plannen. In maart op een concours in Roggel viel ik
van mijn paard toen ik probeerde een messcherpe barrage te rijden. In het
begin leek het mee te vallen en besloot ik heel stoer dat ik best pas na
het fantastische Indoor Brabant echt iets aan mijn pijnlijke schouder zou
kunnen laten doen. Daardoor mislukte Indoor Brabant, omdat ik gewoonweg
teveel pijn had. Maar omdat ik in het begin te lang gewacht had, mislukte
ook het Nederlands kampioenschap ruim een maand later.
Op de eerste dag in Mierlo tijdens het NK ging het nog redelijk goed, had
ik weinig last omdat ik medicijnen had genomen. De tweede dag gebeurde er
iets onverwachts op het voorterrein, wat je niet kunt gebruiken als het
allemaal maar nèt gaat: Van Schijndel’s Curtis schrok weg van een ander
paard en viel midden in een oxer. Ik moest ‘m tegenhouden in een reflex
maar dat ging moeizaam met mijn arm. Toen was ik al snel aan de beurt om
de ring in te gaan en het ging gewoon helemaal niet: in het parcours ben
je met je hele lijf bezig en heb je toch echt je twee armen nodig om met
je handen de teugels vast te kunnen houden. De laatste hindernissen heb ik
gereden met allebei de teugels in één hand omdat ik in mijn linkerarm geen
gevoel meer had. Daarna heb ik met Van Schijndel’s Rascin, die later op de
startlijst stond, nog een paar sprongen in het parcours gemaakt maar ik
had helemaal geen macht om hem door het parcours te begeleiden. Ik liet
hem in het pacours gewoon te veel in de steek. Terwijl ik bezig was in het
parcours dacht ik bij mezelf: waar ben je nou mee bezig, dat heeft Rascin
toch niet verdiend! Maar ik besefte ook op dat moment dat ik mijn
sportieve ambities voor het komende seizoen op mijn buik kon schrijven. Ik
was er ziek van. Op weg naar huis in mijn auto had ik niet eens de macht
om te sturen met mijn linkerarm. En vanaf toen heb ik niet meer op het
paard gezeten.
Begin mei, een week na het kampioenschap, kon ik in via NOC*NSF bij doctor
Verbeeten terecht, die een MRI-scan en een echo maakte. Daaruit bleek dat
de overgang van de pees naar de spier in mijn linkerschouder voor een
groot gedeelte was gescheurd. In de periode daarna was het afwachten of
fysiotherapie zou gaan helpen om de schouder natuurlijk te laten
herstellen. Een paar keer per week ben ik in Made onder behandeling
geweest en eigenlijk ging dat nog niet zo verkeerd. Als ik niks doe, kan
ik alles, zei ik tegen mensen die vroegen hoe het met me ging. Half juni
kwam het spannende moment van de tweede mri-scan. Toen is beslist om niet
te opereren omdat er goede vooruitgang was. Ik zou eerst een maand moeten
pakken om verder te revalideren en dan zou ik op zijn vroegst half juli
voor het eerst weer op een paard mogen gaan zitten. In overleg met Jo van
Schijndel heb ik toen besloten om het buitenseizoen als verloren te
beschouwen.
Daar zit je dan. Om te beginnen was het wennen om de dag goed door te
komen. Ik ben linkshandig en dan is zo’n blessure aan de linker schouder
pas echt onhandig: tanden poetsen, een riem aandoen, de meest normale
dingen kosten moeite en nadenken. Toch heb ik van de nood een deugd
gemaakt. Ik heb bijvoorbeeld de tijd eens goed benut om te kijken wat er
zoal rond het huis moest gebeuren. Ik heb de jongens geholpen:
hindernisbalken met één hand erop leggen, planningen maken, les geven, in
plaats van auto rijden een stukje gaan lopen, op handel uit geweest,
kortom, ik heb me niet verveeld. En ik ben mee geweest met het Nederlandse
team naar het Noorse Drammen, waar onze Piet met Rascin de landenwedstrijd
won.
Voor Piet en Joep heeft mijn blessure nog meer voordelen, tenminste als ik
ervan uitga dat ze mijn hulp ook als een voordeel zien. Ze hebben elk twee
paarden in hun programma erbij gekregen. En voor de paarden is het fijn
dat ze door mijn blessure niet een paar maanden uit de running zijn. Piet
is met Rascin en Curtis volop in beeld bij de bondscoach en het lijkt erop
dat hij interessante wedstrijden kan rijden, bij voorbeeld in Hickstead
met het Nederlandse team. Ook Joep heeft nu Now or Never en Ureke ter
beschikking, naast Patrick, en hij rijdt mooie nationale en
licht-internationale wedstrijden met mooie klasseringen, dat geeft de
burger moed. Ze hebben het wel keidruk omdat ze meer paarden per dag
moeten rijden, maar omdat ik ze begeleid gedurende de dag, krijgen ze ook
meer zelfvertrouwen en ik zie dat dat werkt. Onze Piet won onlangs met
Orchidee de Grote Prijs van Bonheiden in België.
Om af te sluiten: ik heb een nieuw getalenteerd paard kunnen kopen. Een
zesjarige ruin, in België bij de fokker, de heer Van Laer, een timmerman
die paarden voor de hobby heeft. Mensen vroegen me hoe ik dat paard
gekocht kon krijgen omdat niemand ooit met ze kon praten over verkoop.
Zijn zoon reed er landelijk 1.30m. mee en hij leste bij mij. Blijkbaar had
de familie er vertrouwen in dat het paard bij mij zou kunnen presteren en
dat hij toch relatief dichtbij zou blijven. Ik ben er blij mee want het is
een veelbelovend paard, met als vader de hengst Cantos en dan een hele
serie goede namen in de afstamming. Voortaan gaat u hem op concours zien
als Van Schijndel’s Winston. En verder zal ik het maar niet meer hebben
over de planning waar we hem in gaan zetten want daar durf ik het in De
Schijnwerper voorlopig niet meer over te hebben.
Ik wil wel graag ook namens mijn vrouw en mijn jongens Iedereen bij Van
Schijndel een hele mooie vakantie toewensen! Straks ben ik er weer!
Groeten Piet
|
|