Column Schijnwerper, januari 2010


Steeds op zoek naar talent

De periode van niet rijden zit er gelukkig bijna op. Als u dit leest, heb ik de eerste concoursen weer gereden en ik kan zeggen dat het goed met me gaat. Ik heb er weer zin in. Maar ik heb afgelopen zomer ondanks de tegenslagen ook gemerkt dat ik in ons paardenbedrijf veel toe kan voegen, waardoor het in de toekomst misschien wel een completer bedrijf wordt dan ik vroeger zou hebben gedacht. Uiteraard heb ik het rustig aan moeten doen om beter te worden. Dat gaf me de kans om, veel intensiever dan vroeger ooit kon, onze jongens te begeleiden, ze les te gegeven, met ze mee op concours te gaan. Vooral voor Joep was dat belangrijk omdat hij de minste ervaring heeft, voor hem was de stap naar veel meer verantwoordelijkheid het grootst. Daar moet hij mee leren omgaan. Als ik andere zaken ga toevoegen behalve rijden, dan betekent dat dat onze Piet en Joep steeds meer zullen gaan rijden, en ik steeds minder. Ik rij nu 4 of 5 paarden per dag, in elk geval de paarden die thuis blijven als Piet op de grote internationale concoursen is. Als Piet thuiskomt, kan hij zo opstappen en verder rijden.

Een van de dingen die ik voor het bedrijf kan betekenen, is scouting. Dat gebeurt natuurlijk bij voetbalclubs heel intensief, maar geloof maar dat er in de paardenwereld ook wat wordt afgespeurd naar talent. Laatst ben ik daarom een paar dagen jonge paarden wezen kijken in Zweden, naar de indoorkampioenschappen voor jonge springpaarden. Ik heb er denk ik wel 500 per dag gezien. Ik heb veel aantekeningen gemaakt, alle paarden bewust gevolgd in de ring. Uiteindelijk heb ik naar 2 paarden gevraagd of ze te koop zijn, paarden die ik eventueel zou willen overwegen. Zo voorzichtig als ik het zeg, want je weet het nooit tot je echt zelf met nieuwe paarden in de sport zit.

Twee is wel erg weinig, maar dat heeft ook te maken met de manier waarop in Zweden de sport wordt bedreven. Er wordt een goed kampioenschap verreden, met een uitstekende Nederlandse parcoursbouwer: Louis Konickx, die ook Indoor Brabant bouwt. Maar voor de rest is het erg amateuristisch. Ik denk dat zeker 90% van de deelnemers jonge meiden zijn die hobbymatig rijden. En misschien dat er twee ruiters die in Zweden nationaal rijden, aanwezig waren. Ik zag geen handelsgeest of ondernemingslust, dat viel me echt op en dat is echt heel anders dan in Nederland: op dit soort kampioenschappen doen bij ons heel veel professionals mee en de complete handel staat aan de kant mee te kijken. De fokkerij en de sportaanpak staan op een heel ander niveau dan bij ons in Nederland, het is daar echt nog hobbyisme en amateurisme. En wat betreft die twee goede paarden: ik dacht bij mezelf, als die nou ook nog eens verkocht worden naar het buitenland, dan houden ze hier toch erg weinig veelbelovende jonge paarden over.

Waarom ik dan toch naar Zweden ging? Om dat ene paard te vinden dat me toch zou kunnen passen, een paard dat ik zelf zou willen rijden op het hoogste niveau. Paarden die misschien in de richting komen, kun je in Nederland veel beter kopen want die zijn bijna altijd goed bereden. Ik ging voor dat ene paard, want ik moet door blijven werken: als ik dat nou niet doe, ben ik straks te laat, net als in het voetbal. Ik moet de toppers zelf opleiden, kopen is niet alleen onbetaalbaar maar ook erg onpraktisch. Je hebt nou eenmaal minimaal een jaar nodig om aan elkaar te wennen. Je moet alle vier de jaargetijden met elkaar doorgemaakt hebben: op het gebied van transport, training, binnen, buiten, op sloten, met vlaggen en publiek aan de kant, op meerdaagse wedstrijden, noem maar op. Voor een topstal heb je paarden nodig die dat ook als een avontuur zien.

De mentaliteit van paarden is ontzettend belangrijk. Er zijn bij voorbeeld paarden die het niks vinden om drie dagen van huis te zijn: dat is behoorlijk lastig, zeker omdat net de laatste dag met de Grote Prijs de belangrijkste is. Vroeger had ik zo’n paard, Baltimore ZB. Als ik ’s-ochtends van huis ging en ’s-avonds terugkwam, ging dat prima. Maar op stal in het buitenland ging hij niet liggen, kon hij geen rust krijgen, bleef hij vol spanning, was hij totaal de kluts kwijt. Hij wilde gewoon naar huis. We hebben hem verkocht met het verhaal: je kunt er elke dag mee op concours maar je moet wel elke dag naar huis. Dat heb je bij mensen ook: je kunt er niet in kijken, dat moet je meemaken.
In eerste instantie moet je bij het zoeken naar jonge paarden afgaan op het verhaal van de eigenaar, vaak de ruiter. Ik krijg hele verhalen te horen. Mensen zijn er vaak van overtuigd dat ze de wereldkampioen in huis hebben: ze weten dan al dat het paard over vijf jaar in Aken springt. Maar ze hebben in feite geen idee waar ze over praten. Of ze vertellen me een complete gebruiksaanwijzing. Je kunt hem niet van stal halen of je moet een suikerklontje meenemen. Hij is gewend dat je ‘m na elke sprong een keer beloont. Om 7 uur moet je ‘m voeren want om kwart over 7 wil ie zijn voer niet meer. Je kunt hem niet op de wei zetten want als hij het niet naar zijn zin heeft, komt ie over een paar minuten uit zichzelf naar huis, al heb je de wei tot 2 meter hoog afgemaakt.

Dan moet ik extra goed opletten, want de paarden die ze me dan willen verkopen, kunnen heel verwende paarden zijn, die tot 5 of 6 jaar altijd hun zin hebben gekregen. Als ze twee jaar van hun baas gewonnen hebben met lelijk kijken, is het verschrikkelijk moeilijk om ze om te turnen. Dat kom ik steeds meer tegen in Nederland, maar in Zweden wel bij 90% van de mensen die een paard willen verkopen. Ik wil gewoon kort de geschiedenis horen, hoe ze gefokt zijn, hoe de familie in elkaar zit. Als ik heel grote verhalen krijg, heb ik het er niet zo op. Als onze jongens thuis de hele dag gewerkt hebben, blijf ik aan het eind van de dag ook niet steeds zeggen dat ze zo goed gewerkt hebben. Daar ga ik vanuit, net als bij mijn paarden.

Zo heb ik ook Van Schijndel’s Winston gevonden, waar ik in de vorige Schijnwerper over schreef. Hij werd eind september 12e op het wereldkampioenschap voor jonge paarden. In de finale liepen de beste 300 zesjarige paarden ter wereld en Joep stuurde hem twee dagen foutloos naar de finish. Uiteindelijk mochten ze meedoen met de beste 40 en toen kreeg hij in de barrage een foutje. Een prachtig resultaat in zo’n zwaar kampioenschap. Winston heeft daarna al in Duinkerken internationaal gelopen om ervaring op te doen. Onze Piet acteert steeds beter op een trapje hoger, de wereld van de grote wedstrijden. Inmiddels staat hij ongeveer 100e op de wereldranglijst, begin dit jaar nog rond de 500e plaats. Dat resulteert automatisch in meer uitnodigingen en dat is best makkelijk want zeker in de winterperiode is het moeilijk om overal aan de start te komen.

Als je zo uitgebalanceerd met je familie in de sport bezig bent, is het ook prachtig om het personeelfeest van Van Schijndel Bouwgroep mee te maken. We zijn met onze hele familie elk jaar weer trots dat we deel uit mogen maken van een bedrijfsfeest waar iedereen zichzelf kan zijn, niemand zich gedwongen voelt, waar iedereen zich vermaakt, het aan niets ontbreekt en de tijd voorbij vliegt. Het is ook prachtig om te zien dat veel mensen me aanspreken: dan ben ik weer verrast dat zoveel collega’s in de Schijnwerper mijn verrichtingen volgen. Als het aan mij ligt, dan blijf ik mijn verhalen vertellen in jullie eigen blad. Dan zien we elkaar in elk geval volgend jaar weer in de tuin van de familie Van Schijndel!

Groet Piet








 

 
         

Copyright © Team Raijmakers  |     Realisatie website: Creativos Reclame & Events