| |
Column Schijnwerper, april 2009
Piet Raijmakers Jr.:
Mijn basis van nu is sterker dan ooit
Normaal gesproken schrijft ons pap in De Schijnwerper maar ik meen toch
dat ìk nou een keer aan de beurt ben. Want ik ben er trots op dat ik het
afgelopen jaar heb kunnen benutten om op een andere manier tegen de
toekomst aan te kijken. En ik ben er trots dat op dat dat nu al heeft
geleid tot het winnen van een echte Grote Prijs in Noorwegen.
Om met het laatste te beginnen: een paar weken geleden heb ik met Van
Schijndel’s Lys de Platiere de Grote Prijs van Vestfold in Noorwegen
gewonnen. Dat was de hoogste en belangrijkste wedstrijd van twee weken
concours, waar ook veel internationale toppers als Michael Whitaker, het
Noorse Olympische team en sterke Duitse en Zweedse topruiters aan
meededen.
Twee weken Noorwegen, dat was een lange maar ook mooie trip waar ik met 4
paarden weer veel geleerd heb. Op dinsdagavond laat zijn we vertrokken uit
Asten samen met mijn groom, die trouwens ook vrachtwagen kan rijden maar
onderweg vooral de paarden verzorgt. In de nacht hebben we doorgereden tot
bovenaan Denemarken, vervolgens hebben we de boot genomen naar Noorwegen
en na 4 uurtjes varen was het nog maar een half uurtje naar Vestfold, waar
we woensdagavond zijn aangekomen. Dat was een reis van in totaal bijna 24
uur maar als je heel graag iets wilt, dan lukt dat ook en met doorrijden
in de nacht heb ik geen problemen. Donderdagochtend volgde dan keuring van
de paarden en ’s middags begon het eerste concours. De eerste week hadden
ze een internationale twee sterrenwedstrijd georganiseerd, de tweede week
was het een drie sterrenwedstrijd. Dat heeft te maken met de hoogte en de
moeilijkheidsgraad van de hindernissen en het geld dat ermee gemoeid is:
het eerste weekend is de Grote Prijs ongeveer 1.45 meter met € 5000 voor
de winnaar, het tweede weekend zijn de hindernissen tenminste 1.50 maar
ook veel breder en ligt er voor de winnaar van de Grote Prijs € 10.000
klaar.
De winnaar, dat kan er maar één zijn, en de rest die sponsort dat
eigenlijk zo’n beetje want alles bij elkaar is zo’n internationale trip
een dure aangelegenheid met reis, verblijf, inschrijfgeld, stalling, etc.
Er zijn trouwens ook vier- en vijf sterrenwedstrijden maar dan praat je
over super league en global champions tour.
Ik vond het een bevestiging van hard werken dat ik met mijn paarden erg
goed heb gepresteerd. Van Schijndel’s Chanelly, een achtjarige merrie van
de hengst Contender, werd tweede in de 1.40-finale. Twee jaar geleden kwam
ze bij ons op stal toen ze 1.10 m. liep, nu is ze klaar om 1.40-rubrieken
te winnen en we blijven ons verbazen over de inzet van het beestje, ze
doet er op eigen initiatief steeds een stapje bij. Valentino, een
zevenjarige ruin van de hengst Cavalier viel ook in Vestfold weer positief
op omdat hij altijd erg cool blijft. We wisten wel dat hij een goed
springpaard is maar hij pakt echt alle uitdagingen zonder morren aan. In
de rubrieken voor zes- en zevenjarige paarde heeft hij constant heel goed
gelopen, en ik heb in hem een perfect paard voor de toekomst. Het is geen
spectaculaire springer in zijn manieren maar hij schrikt nergens van en
loopt bijna altijd foutloos, dat is wel wat telt!
Met Van Schijndel’s Orchidee mocht ik in het eerste weekend na een paar
goede kwalificatierubrieken de Grote Prijs rijden. Dat ging heel goed maar
ik kreeg een fout op hindernis 1, wat haar nooit overkomt. Pech dus.
Eigenlijk had ik gepland om het tweede weekend ook met Orchidee de Grote
Prijs te rijden maar Lys de Platiere had drie dagen zo goed gesprongen met
in alle proeven prijs, dat ik er een steeds beter gevoel bij kreeg. Met
het parcourslopen had ik al een goed gevoel: ik zag niet zo heel veel
zaken die problemen op zouden kunnen leveren, en ik ben met zelfvertrouwen
de strijd ingegaan. Als 20e starter was ik de 1e foutloze, pas in de buurt
van de 40e starter kwamen er nog meer bij. Ik moest dus als eerste in de
barrage rijden. Daarbij heb ik niet alles geriskeerd: ik heb zo hard
gereden als ik foutloos kon rijden. Het is eerder te vaak gebeurd dat ik
meende dat ik ten koste van alles het allersnelste moest zijn, nu dacht
ik: ze moeten me maar eens zien te verbeteren.
Ik voel dat dit succes een gevolg is van de manier waarop ik het afgelopen
jaar geleerd heb anders naar mijn wereld te kijken.
Ik heb nu veel meer aandacht voor planning, voor de opleiding van paarden,
voor het reilen en zeilen van de stal, voor de toekomst, ik mag wel zeggen
dat ik een opener en bredere blik op de paardenwereld ontwikkeld heb. Dat
heeft geleid tot veel meer rust in de opbouw: ik laat me niet meer
afleiden van mijn eigen plan. Langzaam opbouwen werkt met wedstrijdpaarden
toch op termijn het beste: korte termijnsucces nastreven kan wel, maar dan
heb je straks weer niks.
Nu richt ik me eerst op het Nederlands kampioenschap in Mierlo, waar Lys
zal lopen. Dat zal z’n eerste keer worden, maar ik heb er vertrouwen in
dat hij ook dat goed aanpakt. Daar moet ik tegen ons pap, die best goed in
vorm is met Van Schijndel’s Rascin. In het Duitse Neumünster was hij in
februari de enige buitenlander ooit die daar de Grote Prijs won, zo’n
overwinning is leuk voor alle mensen die bij Van Schijndel werken maar ook
voor alle fokkers die een veulentje van Rascin op stal hebben. Eerder was
hij al 2e in de Grote Prijs van Deurne.
In Roggel was ons pap ook foutloos in de Grote Prijs maar in de barrage
wilde hij te graag winnen en toen Rascin een wending te kort nam, kukelde
hij er vanaf en had hij bijna de schouder uit de kom. Eigenlijk moest hij
toen 3 weken rust houden maar hij vond zelf dat dat maar in moest gaan na
Indoor Brabant. Dan kun je in Den Bosch ook niet goed presteren, dat lijkt
me logisch. Maar ik weet wel dat hij erop gebrand is om dit buitenseizoen
sterk voor de dag te komen en ik denk dat hij gaat voor een plaats in het
EK-team. Met mijn paarden voel ik me in elk geval sterk genoeg om hem goed
partij te geven: mijn basis van nu is sterker dan ooit!
|
|